Dezelfde golflengte, een ander doel
Twee Vielight-toestellen. Hetzelfde soort nabij-infrarood licht. En in beide gevallen zit iemand rustig met de ogen gesloten. Je zou dus kunnen verwachten dat het brein tijdens beide sessies ongeveer dezelfde kant op beweegt.
Maar dat is niet wat de EEG-metingen lieten zien.
Tijdens de Vagus-sessie trok een hersenpatroon dat met aandacht wordt geassocieerd zich terug. Tijdens een korte sessie met de Neuro Gamma gebeurde juist het tegenovergestelde: een aanvankelijk zwak aandachtspatroon bewoog dichter naar de gebruikelijke waarden.
De twee toestellen lieten dus verschillende EEG-vingerafdrukken achter. Opvallend genoeg pasten die verschillen bij het doel van elk toestel: de Vagus is meer gericht op rust en de verbinding tussen brein en lichaam, terwijl de Neuro Gamma ontwikkeld is rond cognitieve activatie en aandacht.
Het verschil in één oogopslag
Op het eerste gezicht lijken de Vagus en Neuro sterk op elkaar. Beide werken met 810 nm nabij-infrarood licht. Toch wordt dat licht op een heel andere plaats en met een andere pulsfrequentie toegepast. En precies dat maakt de twee EEG-observaties zo interessant.
Vielight Vagus
- Twee lichtmodules aan de hals en één neusapplicator
- 810 nm nabij-infrarood licht
- Pulsfrequentie van 100 Hz
- Sessieduur van 20 minuten
- Gericht op fotobiomodulatie van de nervus vagus
Vielight Neuro
- Vier lichtmodules op het hoofd en één neusapplicator
- 810 nm nabij-infrarood licht
- 10 Hz bij Alpha, 40 Hz bij Gamma of beide bij de Duo
- Sessieduur van 20 minuten
- Gericht op fotobiomodulatie van het brein
Wat bedoelen we met een EEG-vingerafdruk?
Bij beide metingen werd de elektrische spanning op de hoofdhuid geregistreerd met 19 elektroden. Stel je die elektroden voor als 19 lampjes. Op ieder moment geeft elk lampje een iets andere waarde. Samen vormen die waarden een tijdelijke kaart van de verdeling over het hele hoofd.
Die verdeling blijft soms ongeveer 60 tot 120 milliseconden hetzelfde en verandert daarna plotseling. Onderzoekers groeperen de kaartvormen die telkens terugkeren in EEG-microstates, met namen zoals A, B, C en D. Dit zijn geen frequenties zoals Alpha of Gamma, maar verschillende ruimtelijke patronen over de elektroden.
Vervolgens wordt berekend hoe vaak elk patroon verschijnt, hoelang het gemiddeld blijft, welk deel van de opname het inneemt en hoeveel van de variatie in de EEG-kaarten het verklaart. De combinatie van die kenmerken noemen we hier eenvoudig een EEG-vingerafdruk. Het is dus geen onveranderlijke persoonlijke vingerafdruk, maar een beeld van de patronen tijdens deze specifieke opname.
In de twee Vielight-opnames zijn vooral microstate B en D interessant. Microstate D wordt vaak in verband gebracht met aandacht en cognitieve controle. Microstate B wordt vaker gekoppeld aan visuele verwerking.
Wat gebeurde er tijdens de Vagus-sessie?
Bij één deelnemer werd gedurende een volledige Vagus-sessie van ongeveer twintig minuten een EEG met 19 elektroden geregistreerd. De deelnemer zat rustig met de ogen gesloten terwijl de Vagus op 100 Hz actief was.
De onderzoekers vergeleken de eerste twee minuten met twee minuten tegen het einde van dezelfde sessie. Het ging dus niet om een meting vóór en na het gebruik, maar om het verschil tussen het begin en het einde van de actieve sessie.
Microstate D trok zich terug. Microstate B kwam sterker naar voren.
Aan het begin nam microstate D ongeveer 32% van de opname in. Tegen het einde was dat nog ongeveer 19%. Het patroon verscheen minder vaak, bleef telkens korter aanwezig en verklaarde ook een kleiner deel van de variatie in de EEG-kaarten. Alle gemeten kenmerken van D bewogen dus in dezelfde richting.
Bij microstate B gebeurde precies het tegenovergestelde. Het aandeel van B steeg van ongeveer 12% naar 25%. Het patroon verscheen vaker, bleef langer aanwezig en verklaarde een groter deel van de EEG-kaarten.
Omdat microstate D vaak met aandacht en cognitieve controle wordt geassocieerd, zagen de onderzoekers de daling als een mogelijke verschuiving weg van actief gerichte aandacht. De stijging van microstate B paste volgens hen bij een rustigere, meer naar binnen gerichte toestand.
Wat gebeurde er tijdens de Neuro Gamma-sessie?
De tweede EEG-opname werd bij een andere deelnemer en volgens een ander protocol uitgevoerd. Eerst werd gedurende drie minuten een rustmeting met gesloten ogen gemaakt. Daarna volgden vijf minuten actieve stimulatie met de Neuro Gamma op 40 Hz.
Bij de eerste rustmeting was microstate D minder sterk aanwezig dan verwacht op basis van de gebruikte leeftijdsnormen. Het patroon nam 16,9% van de opname in en verklaarde 7,6% van de variatie in de EEG-kaarten.
Hier trok microstate D zich niet terug. Het kwam juist duidelijker naar voren.
Tijdens de actieve Gamma-stimulatie steeg het aandeel van D naar 28,7%. Het patroon verscheen vaker en verklaarde nu 18,2% van de variatie in de EEG-kaarten. De coverage van D kwam daarmee binnen het gebruikte normbereik.
Omdat microstate D vaak wordt gekoppeld aan aandacht en cognitieve controle, is deze verschuiving opvallend. Ze laat zien dat het aandachtgerelateerde EEG-patroon tijdens de stimulatie een grotere plaats innam en sterker herkenbaar werd.
Wat is nu het belangrijkste verschil?
De Vagus en Neuro gebruiken allebei 810 nm nabij-infrarood licht, maar passen het anders toe. De Vagus gebruikt twee lichtmodules aan de hals en een neusapplicator, met een pulsfrequentie van 100 Hz. Het toestel is ontwikkeld rond de nervus vagus en de wisselwerking tussen brein en lichaam.
De Neuro brengt het licht via modules op het hoofd en een neusapplicator aan, met het brein als voornaamste doelgebied. De Alpha gebruikt 10 Hz, de Gamma 40 Hz en de Duo biedt beide frequenties.
De twee EEG-opnames passen bij dat verschil. Tijdens de Vagus-sessie werd het aandachtgerelateerde patroon D minder aanwezig en kwam patroon B sterker naar voren. Tijdens de Neuro Gamma-stimulatie bewoog een aanvankelijk zwakke microstate D juist dichter naar de gebruikte normwaarden.
Omdat het om verschillende deelnemers en verschillende meetopzetten ging, bewijzen deze opnames niet dat de toestellen altijd zulke verschillende effecten veroorzaken. Ze maken wel duidelijk waarom Vagus en Neuro niet gewoon twee uitvoeringen van hetzelfde toestel zijn: de plaatsing, pulsfrequentie en beoogde toepassing verschillen.
Goed om te weten
Het Vielight-artikel zet twee afzonderlijke EEG-opnames bij telkens één persoon naast elkaar. De deelnemers en meetopzetten verschilden en er was geen placebo- of controlegroep. Het Gamma-rapport is bovendien nog een werkversie en vermeldt de leeftijd van de deelnemer niet overal hetzelfde. De uitkomsten zijn daarom vooral een interessante eerste aanwijzing, geen directe test van welk toestel beter werkt.
BrainCoder verkoopt Vielight-toestellen. Dit is onze eigen Nederlandstalige uitleg op basis van het artikel van Vielight en de twee onderliggende rapporten.
